Procederen in hoger beroep

Informatie

Deze cursus gaat over het hoger beroep. De vraag of een zaak vatbaar is voor hoger beroep wordt beoordeeld aan de hand van de vordering die in eerste aanleg was ingesteld. Soms bepaalt de wet dat hoger beroep instellen niet mogelijk is. In de jurisprudentie zijn echter wel doorbrekingsgronden ontwikkeld. Dat betekent dat een partij die, ondanks het wettelijk verbod, in hoger beroep wil gaan moet stellen en bij betwisting bewijzen dat sprake is van een doorbrekingsgrond.

Het hoger beroep wordt aangebracht door een akte van appel. Daarna kan de memorie van grieven worden genomen. In deze memorie moeten grieven worden geformuleerd tegen het vonnis in eerste aanleg. De grieven moeten duidelijk naar voren worden gebracht. De wederpartij moet namelijk wel weten waartegen hij zich moet verweren en de appelrechter moet weten waarover hij moet beslissen. In hoger beroep kan appellant zijn eis veranderen of vermeerderen. Deze bevoegdheid wordt beperkt door de eisen van een goede procesorde en de twee-conclusie-regel. Het hoger beroep kan zelfs uitsluitend dienen om de eis van appellant te veranderen of vermeerderen. Geïntimeerde moet zich afvragen of hij op zijn beurt ook hoger beroep wil instellen. Hij kan namelijk in zijn memorie van antwoord incidenteel appel instellen. Dat zal geïntimeerde doen als hij het – net als appellant –, zij het om andere redenen, ook niet eens is met het dictum van het vonnis in eerste aanleg.

Het principaal appel en het incidenteel appel worden als twee aparte, zelfstandige procedures aangemerkt. Een appellant mag niet de dupe worden van het feit dat hij in hoger beroep is gegaan. Met andere woorden, hij mag er in hoger beroep niet op achteruit gaan ten opzichte van het vonnis dat in eerste aanleg is gewezen.

Preview

Leerdoelen

Na afloop van deze cursus:

  • Weet u de de weg te vinden in het appelprocesrecht
  • Kunt u inschatten wanneer u wel en wanneer u niet appel kan instellen en binnen welke termijn
  • Weet u wat een grief is en dat deze kenbaar moet zijn
  • Bent u op de hoogte dat u nieuwe stellingen en grondslagen in uw eerste conclusie dient te nemen en geen nieuwe grieven kan formuleren na de eerste conclusie
  • Weet u wat de positieve en de negatieve devolutieve werking van het hoger beroep inhoudt 
  • Weet u dat een appellant niet slechter mag worden van zijn eigen hoger beroep
  • Weet u wanneer u incidenteel beroep moet instellen
  • Weet u hoe het zit met een verandering of vermeerdering van eis, nieuwe feiten en nieuwe verweren in hoger beroep

Auteur

  • mr. Th.G Lautenbach

    Mr. Th.G. Lautenbach is raadsheer in het gerechtshof Den Haag. Daarvoor was zij werkzaam in de rechtbanken Den Haag, Noord-Nederland en Overijssel. Met ingang van 1 januari 2020 werkt zij als rechter in de civiele appelrechtspraak van het gemeenschappelijk hof van Aruba, Curaçao en Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba. Daarnaast werkte zij als docent aan de Universiteit Utrecht en geeft ze diverse cursussen op het gebied van burgerlijk procesrecht en hoger beroep.