Stellen en bewijzen bij dwaling en non-conformiteit

Informatie

In deze cursus worden dwaling en non-conformiteit behandeld vanuit een bewijsrechtelijk perspectief. Wanneer moet de advocaat in een procedure stellen en bewijzen en welke positie dient hij in te nemen wanneer er sprake is van dwaling en non-conformiteit. Deze kwestie wordt op heldere wijze toegelicht aan de hand van bekende en minder bekende jurisprudentie. 

Deze cursus is geactualiseerd in januari 2020.

Leerdoelen

Na het volgen van deze cursus:         

  • Kunt u beter beoordelen wie de bewijslast draagt indien een geschil bestaat of een bepaalde mededeling is gedaan
  • Kunt u uitleggen wat de betekenis is van het ‘normaal gebruik’ voor een beroep op non-conformiteit
  • Kunt u beoordelen of mededelings- en onderzoeksplichten bij de toepassing van art. 7:17 BW wel zo’n belangrijke rol spelen als we vaak denken
  • Weet u welke maatstaf moet worden aangelegd als het gaat om de stellingen en het bewijs van het causaal verband
  • Weet u of de drie dwalingsgevallen vergelijkbaar zijn wat betreft de bewijspositie van de partij die zich op dwaling beroept, of dat een van die gevallen gemakkelijker te bewijzen is dan de andere

Auteur

  • mr. W.L. Valk

    Mr. W.L. (Lodewijk) Valk is advocaat-generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden. Hij is onder meer redacteur van Tekst en Commentaar Burgerlijk Wetboek (boekuitgave en online) en van Stelplicht & Bewijslast (boekuitgave en online).