Technieken van schadeberekening

Informatie

De vaststelling van vermogensschade wordt slechts door enkele algemeen geformuleerde regels beheerst (art. 6:95 – 6:98 BW). Aan de wijze van schadeberekening is slechts één bepaling gewijd (art. 6:97 BW). De eerste zin van art. 6:97 BW bepaalt dat de rechter de schade begroot op een wijze die het meest met de aard ervan in overeenstemming is; de tweede zin bepaalt dat de rechter de schade schat als een nauwkeurige berekening niet mogelijk is. Art. 6:97 BW heeft tot een grote hoeveelheid (recente) jurisprudentie geleid. Hoewel art. 6:97 BW zich op het eerste oog richt op de rechter, is het zaak om in de processtukken aandacht te besteden aan de wijze van schadeberekening. Om het beeldend en enigszins gechargeerd te formuleren: een goed ‘schadeverhaal’ leidt tot verhaal van schade. In deze cursus worden de uitgangspunten die de schadeberekening beheersen besproken en passeren drie technieken van schadeberekening de revue. Deze technieken worden aan de hand van recente jurisprudentie inzichtelijk gemaakt. Ten slotte wordt aandacht besteed aan de zogenoemde winstafdracht (art. 6:104 BW): een specifieke techniek om de winstderving van de benadeelde te begroten op de ongeoorloofde winsten die de aansprakelijke partij (als gevolg van de normschending) heeft genoten.

Deze cursus is ontwikkeld in maart 2021.

Preview

Leerdoelen

Na het volgen van deze cursus kunt u:

  • de onderbouwing van de schade afstemmen op de techniek van schadeberekening
  • de schade zodanig effectief onderbouwen dat maximale toewijzing van de schadeomvang mogelijk is
  • onderscheid maken tussen concrete en abstracte berekening en de schatting en deze op juiste wijze toepassen
  • de rechter voorzien van relevante gegevens om een gunstige schadeberekening mogelijk te maken

Auteur

  • mr. dr. L. Reurich

    Mr. dr. Reurich studeerde Nederlands recht aan de Universiteit Leiden en filosofie en muziekwetenschappen aan de Universiteit van Amsterdam. Hij was werkzaam als universitair docent aan de Universiteit Leiden waar hij bij prof. mr. Jac. Hijma promoveerde op een proefschrift over open normen in het vermogensrecht. Sinds 2002 was hij werkzaam als rechter in de rechtbank Haarlem en vanaf 2008 als raadsheer-plaatsvervanger aan het hof Den Haag. Hij is docent bij diverse cursus instituten, waaronder de Beroepsopleiding Advocatuur, het Instituut voor juridische Opleidingen en Law@work. Daarnaast heeft hij een adviespraktijk op het gebied van het vermogensrecht.